IKO kitesurfschool center en kitesurfles
HOME >> Wat is kitesurfen >> Waterstart en varen met kitesurfen

Waterstart en varen met kitesurfen

Waterstart

Waterstart is de procedure om vanuit een liggende positie in het water op je board te komen. Om een waterstart te maken moet je door de powerzone naar de richting waar je naar toe gaat varen om op je board te komen. De windsterkte varieert  vaak dus het insturen van de kite moet ook variëren
Stappenplan
1.       Stuur de kite langzaam naar 12 uur en zorg dat de kite precies op 12 blijft hangen.
2.       Pak met één hand je board en je andere hand bestuur je de kite. Leg het board langzaam voor je neer.
3.       Ga op je rug liggen in het water en doe één voor één je voeten in het board.
4.       Zorg dat je goed de kite op 12 uur houdt. Wanneer de kite naar links of naar rechts gaat, zal je gaan draaien in het water.
5.       Wanneer beide voeten in het board zitten, pak je bar met twee handen.
6.       Houd je gewicht achter de kite en trek je voeten naar je schouders. De voorste voet moet iets meer naar voren staan dan de andere voet.
7.       Breng de kite in goede positie in de tegenover gestelde richting als je gaat varen (11 of 1).
8.       Laat de kite duiken door de powerzone in de richting dat je wilt (naar 2 of 10 uur).
9.       Laat de power van de kite trekken eerst je schouders dan naar je knieën dan op over het board.
10.     Verleng je benen wanneer je lichaam over je board is en je begint te varen.

 

Houding

Houd je benen gebogen met je voorste been iets meer gestrekt dan de achterste voet. Je schouders moeten dicht bij je knieën zijn. Op deze manier krijg je makkelijk je lichaam op het board.


Wind richtingen als je vaart
Wanneer je met de wind kan mee varen kan je daarna leren in verschillende richtingen te varen,
zoals dicht aan de wind varen en langs de wind varen.

Varen

Snelheid tijdens het varen
Omdat de trekkracht van de kite niet constant is , moet je je lichaam positie veranderen om te voorkomen dat je over je board wordt getrokken of terug valt in het water. Dit betekent wanneer je kite hard trekt buig je je knieen en leun naar achteren. Wanneer er minder kracht is moet je je lichaamsgewicht over het board en meer in een staande houding staan.

Tips:
-          Houd in de waterstart dan altijd je knieën gebogen om rugklachten te voorkomen.
-          Houd je balans met kracht: Je achterste been is meer gebogen dan je voorste been, je armen zijn een klein beetje gebogen, en zo leer je langzamerhand hiel zijde. Je heupen, hoofd, en schouders zijn gedraaid in de richting waar je naar toe vaart.
-          Houd je schouders naar achter en je borst recht.
Met een overpowerde kite: je lichaam is meer gebogen en je armen een klein beetje gebogen om je bar te depoweren. Contstant vaar je op je hielen. Je kan je voorste hand van de bar houden zo dat je je lichaam meer naar achter kan hangen in de richting die je wilt varen.
Wanneer de wind weg valt of je te veel naar achter hangt: Stuur je kite naar richting 12 uur en trek aan de bar om meer kracht te krijgen. Op het zelf moment buig je je benen en houd je je rug recht. Wanneer je balans weer terug hebt, ga je terug naar de gestrekte lichaams positie
Corrigeren van je houding: Je benen zijn gestrekt en je duwt op je hielen maar je rug is gebogen. Je depowerstrap is misschien niet goed afgesteld of je stuurlijnen zijn te kort afgesteld. Een andere reden kan zijn dat je bang ben om naar achter te hangen. Maak je geen zorgen, het ergste wat er kan gebeuren is dat je in het water valt! Wanneer je naar achter hangt, kan je rugklachten voorkomen en je heb meer controle over de kracht.

Richting behouden / veranderen
Voordat je verder gaat moet je in gedachten houden dat de elementen die je tegen zullen houden in jouw richting de volgende zijn: de kite, je lichaam, het board, je lichaamshouding en de wind sterkte.
Blijf naar de richting kijken waar je naar toe wilt.

Gebruik van het board.

Hieldruk: Door te duwen op je hielen (ook wel edgen genoemd), kan je de controle behouden en meer upwind varen. Het board is in een grotere hoek ten opzichte van het water en daardoor kan je meer druk geven.

Teendruk: Door meer op je tenen te duwen, zal je het board platter maken. Dit kan je doen wanneer je sneller wilt gaan en wanneer je meer ervaring krijgt downwind te varen. (Met de wind mee).

Druk op je achterste been: Dit zorgt er voor dat je  twintip door meer gewicht op je achterste been te zetten i.p.v. je voorste verandert het oppervlakte van het board dat in contact komt met het water, door meer druk op je achterste been en meer hieldruk kan je meer kracht aan en meer upwind varen. Wanneer je te veel op je achterste been staat, zorgt die voor zinken van het board en zal het je stoppen.

Druk op je voorste been: Druk op je voorste been is belangrijk om meer vaart te krijgen en upwind te varen, wanneer je het combineert met hieldruk. Door je op je voorste been meer druk te zetten, raakt een groter gedeelte van het board het water waardoor je sneller vaart in weinig wind. Dit wordt veel gebruikt wanneer de wind niet sterk is, na het waterstarten of bij het landen van sprongen.